Interview Texelse Courant
Texelse Courant, 27 januari 2009
‘Meer doden dan op Everest en K2 samen’
Els de Jager opnieuw naar Zuid-Amerikaanse bergreus
Twee jaar geleden moest haar partner nog ernstig verzwakt per helikopter van de berg worden gehaald. Was dat niet gebeurd, dan was de kans groot geweest dat hij het niet had overleefd. Het weerhoudt Els de Jager er niet van een nieuwe poging te wagen de bijna zeven kilometer hoge Aconcagua te beklimmen. ‘Ik ben blij dat ik een nieuwe kans krijg.’ Ze vertrekt zondag naar Argentinië en hoopt twaalf dagen later de top te bereiken.
Met een mengeling van schaamte en vrolijkheid spreekt de 61-jarige Hoornder over ‘onbestemde gevoelens’ en de wens ‘revanche te nemen’. ‘Ik ben zelf tot 5000 meter gekomen en daarna samen met Ben (Bakker, red.) naar beneden gegaan. Maar ik heb toen al gezegd dat die berg nog niet van me af was. En dat gevoel heb ik altijd gehouden.’
Expeditiegenoot Harry van Eldik keek met dezelfde emoties terug op het avontuur van twee jaar geleden. Hij kwam tot 6500 meter en mocht toen niet verder. De gids erkende dat hij de top nog wel zou kunnen halen, maar vond Van Eldik al te verzwakt om de afdaling met succes te kunnen volbrengen. De klimmer zelf dacht daar anders over, voelde zich nog sterk genoeg. Wie er gelijk had, deed niet ter zake. Op grote hoogte functioneert het beoordelingsvermogen niet meer zo goed, maar dat kan ook voor de gids gelden. Híj heeft echter onvoorwaardelijk het laatste woord…
Toen Van Eldik zijn klimvriendin vier maanden geleden vroeg met hem mee te gaan, hoefde ze daar nauwelijks over na te denken. ‘Maar ik moest het natuurlijk wel eerst met Ben bespreken. Gelukkig begreep hij dat dit nog een eenmalige kans was deze berg op te gaan.’ Ze heeft een goede kans de top te halen, denkt ze. Van de gevreesde hoogteziekte heeft ze niet snel last. Op de flanken van de Mount Everest, in het najaar van 2005, werd ze ziek en kon ze niet verder. ‘Maar dat gebeurde op de tweede dag dat we op 6500 meter waren. Op de Aconcagua is ons laatste kamp op 6000 meter en gaan we in één dag naar de top én terug. Dat wordt een heel zware dag, die wel achttien uur kan duren. Maar dat scenario heb ik wel in mijn hoofd.’
De Jager is een fenomeen. Ze lijdt aan astma en kreeg tien jaar geleden te horen dat ze meer moest gaan sporten, wilde ze niet in een rolstoel eindigen. Ze nam het advies ter harte en begon fanatiek hard te lopen. Sindsdien heeft ze bovenop de Mont Blanc en de Elbruz (Europa’s hoogste bergen) gestaan en kwam ze behoorlijk ver in pogingen de Aconcagua (Zuid-Amerika’s hoogste) en de noordcol van de Mount Everest (’s werelds hoogste) te bedwingen. Bovendien voltooide ze vorig jaar zonder noemenswaardige problemen de marathon van New York. En hoewel ze in mei oma wordt, is ze nog lang niet uitgeklommen. ‘Volgend jaar wil ik nog een keer de Mont Blanc beklimmen. De vorige keer hebben we dat via de normale weg gedaan. Dan proberen we het via een route die technisch moeilijker is.’ Ze heeft het nog niet gezegd of ze krijgt commentaar van vriendin Ineke Bosman, met wie ze een tent op de Mount Everest deelde. ‘En je hebt beloofd de Kilimanjaro (Afrika’s hoogste berg, red.) met me te beklimmen.’ De Jager reageert lachend: ‘Da’s is waar. Dan doen we dat het jaar daarop. Dat staat.’
De afgelopen maanden heeft ze hard getraind om in optimale conditie aan de expeditie op de Aconcagua te beginnen. Ze loopt vijf keer per week hard en is tweemaal per week in de sportschool te vinden, om haar lenigheid en kracht te vergroten. Ze doet dat volgens schema’s die speciaal voor haar zijn ontwikkeld door sportarts en triatleet Guido Vroemen en marathonloper Marti ten Cate, die haar ook bijstond voor de marathon in New York. In de trainingen gaan heel wat uurtjes zitten, maar dat is sinds ze in november met pré-pensioen is gegaan niet meer zo’n probleem. Erg plezierig vindt ze ook dat dorpsgenoten Ria Horzelenberg en Marion Vittali haar geregeld vergezellen bij haar looptrainingen. ‘Dat stimuleert enorm. Als je samen loopt, is het niet zo erg dat het hard regent.’
De afgelopen weken heeft ze gebruikt om de reis voor te bereiden en haar uitrusting in orde te brengen. ‘We slapen in tentjes, zodat slaapmatjes, slaapzakken, kookgerei en verder alles wat daarbij hoort moeten worden meegenomen. Klimschoenen, expeditieschoenen, pickel, stijgijzers, dit alles neemt veel ruimte in en zorgt voor een aanzienlijk gewicht’, schrijft ze in dorpsblad De Hoornder. Hoewel ze dertig kilo mag meenemen, probeert ze onder de twintig kilo te blijven. ‘De plunjezak wordt door mulas (muilezels) naar het basiskamp vervoerd, daarvandaan moeten we het op eigen kracht doen. Dat betekent veel rugzakken dragen met veel kilo’s aan gewicht. Een kleine troost: op de topdag (van het laatste kamp naar de top, red.) laat je zoveel mogelijk in je tentje liggen en neem je alleen maar het allernoodzakelijkste mee.’
Dat de tocht naar de top van de Aconcagua een dure aangelegenheid is, behoeft geen nadere uitleg. ‘Gelukkig word ik gesponsord door Mantje Sport en TESO. Van Mantje krijg ik alle kleding en klimmateriaal die ik nodig heb en die aan alle eisen voldoen, TESO steunt me met een geldelijke bijdrage. Ik ben er erg blij mee.’
Maar ondanks al het professionele materiaal, haar ervaring, de gedegen voorbereiding en de uitstekende reputatie van de gidsen staat het succes van de operatie allerminst vast. De Aconcagua is één van ’s wereld gevaarlijkste gebergen. ‘Er vallen meer doden dan op de Mount Everest en K2 samen. Dat komt ook doordat de aanloop relatief eenvoudig is, waardoor meer beklimmingen worden ondernomen, ook door beginners.’
Om de risico’s te illustreren, citeert ze de bekende alpinist Ronald Naar, die in 1989 dezelfde berg beklom. ‘De Aconcagua heeft zelfs voor Andes-begrippen een ongenaakbare hoogte, vergelijkbaar met de Himalaya-reuzen. Zij rijst zo ver op boven de omringende toppen, dat al op halve hoogte geen enkel massief het uitzicht meer hindert. Dit heeft echter ook een keerzijde: rondom de kruin heerst een stormachtig microklimaat. Vroeg in de ochtend vormen zich flarden cumulus, die geleidelijk aangroeien tot enorme wolkengevaarten boven de omringende bergkammen en valleien. Deze wolken brengen hevige regen- of hagelbuien. Hogerop wakkert een meedogenloze stormwind aan, die een snelheid van meer dan 250 kilometer per uur kan bereiken. Op sommige dagen is de orkaan rond de top zelfs zo krachtig, dat zich een honderden meters lange vlag van weggeblazen sneeuw- en ijskristallen vormt. Tegen de avond slinken de wolkenmassa’s, maar de stormwinden blijven onverminderd doorrazen. Slechts af en toe bindt de moorddadige wind iets in en kunnen klimmers een snelle beklimmingspoging wagen. Op die momenten voel je je als een veertje op een bergreus. Je bent volledig overgeleverd aan zijn humeur. Eén zuchtje adem en weg ben je.’
De Jager zegt goed te beseffen dat ze het welslagen niet in eigen hand heeft. ‘Als het blijft waaien, gaat de hele top naar de tocht niet door. Dat lijkt me heel naar. Dan heb ik nog liever dat ik ziek word. Dan ligt het tenminste aan jezelf.’
Joop Rommets
Els de Jager: ‘Ik ben blij dat ik een nieuwe kans krijg.’
Texelse Courant, 27 januari 2009
