deelnemers:
Lars Lorwizsen en Tina Borresen (Noorwegen), Luis Felipe Vázquez Morillo en Adriana Lizeth (Mexico), Slobodan Stokic en Danijele (Servië), Geoff Burns (Ierland), Kevin Lowry (Canada), Werner Schmidt (Duitsland), Julio (Argentinië), Harry van Eldik en Els de Jager (Nederland)
gidsen:
Miguel Lotfi, Agustin Aramayo, Fernando Colobini
even wennen
De beklimming van de Aconcagua begint vanaf de voet van die berg, op 2800 meter. Na een aanloop van een paar dagen kom je aan op Plaza de Mulas, het basiskamp (4200 m). Harry en ik hadden de eerste dagen goed doorstaan, we wenden al een beetje aan elkaar, leerden elkaars gewoontes kennen en zo merkten we al gauw dat we precies verkeerd om in de tent lagen. Iedere keer als ik ’s nachts moest plassen, moest ik over hem heen kruipen, we hebben onze slaapplaatsen toen verwisseld. Harry kon lekker blijven liggen, die deed het in een fles, voor een vrouw is dat allemaal wat ingewikkelder……
zuurstofopname – afscheid van Harry
Bij de medische keuring bleek de zuurstofopname van Harry aan de lage kant, hij werd de volgende dagen extra gecontroleerd. Het werd Harry verboden aan de acclimatisatietocht naar kamp 1 mee te doen, hem werd aangeraden goed te drinken, (en dus) goed te plassen. Na een steile zware klim met veel los gruis en daardoor ook weer een lastige afdaling bleek na terugkomst in het basiskamp dat het niet goed ging met Harry. Zijn zuurstofopname was gezakt naar 55; als je in Nederland zo laag zit lig je al op de intensive care. Tijdens het avondeten werd de dokter weer geconsulteerd en die besliste dat Harry onmiddellijk naar beneden moest. Het meest noodzakelijke mocht hij meenemen, de rest zou de volgende dag met muilezels naar beneden vervoerd worden. Tien minuten na de beslissing van de dokter zat hij al in de helikopter en stond ik foto’s te maken voor het plakboek. Het voelde als een nare film die ik al eerder had meegemaakt. Alles ging zo snel dat ik me niet goed realiseerde wat er gebeurde. Voor Harry was het klimavontuur in één klap afgelopen; ik bleef achter met zeer gemengde gevoelens. Het avondeten was nog niet eens afgekoeld en samen met de overige expeditieleden die ook nog aan het eten waren beëindigde ik mijn maaltijd. De groep reageerde heel hartelijk, overtuigde mij ervan dat ze me allemaal zouden steunen. Ik zei dat ik er toch nog een nachtje over wilde slapen en voelde me wel erg alleen. Die nacht was het ook meteen slecht weer, een hele harde wind, sneeuw, onweer, de volgende ochtend was het een witte wereld. De beslissing Harry die avond te vervoeren was goed, de volgende dag was er geen helikoptervervoer mogelijk.
Zo miste de groep al twee leden: bij aankomst in Plaza de Mulas had Julio (de Argentijn) ons aangegeven dat het basiskamp hoog genoeg voor hem was. Hij vertrok meteen de volgende dag al naar beneden met een andere groep.
doorgaan
De dag na het vertrek van Harry moesten we laten zien hoe onze vaardigheden op de stijgijzers zijn. We liepen naar de dichtstbijzijnde gletsjer en mochten daar onze kunstjes vertonen. Al gauw bleek dat ik daarmee met stip boven de rest uitsteeg en de rest van de groep mocht mij volgen tijdens het stijgen, dalen en traverseren van de gletsjer. Zoiets vergroot wel je zelfvertrouwen en ik besloot toen door te gaan. Ik zou anders toch met een geweldige kater blijven zitten wat deze berg betreft. Met de gidsen sprak ik af om een tentje voor mezelf te nemen, maar doordat ik dan alles ook alleen moet dragen besloot ik een porter (drager) te nemen. Mijn zuurstofopname werd die avond nog gecontroleerd, die bleek 89 te zijn. Alleen Miguel (onze gids) bleek op 91 te zitten.
kamp 1
De tocht naar kamp 1 (5050 meter) bleek even steil als de vorige keer. Ik werd onderweg door een gids aangesproken die vroeg of ik Els was, kennelijk had hij met onze gidsen gesproken. Hij vertelde me dat ik het niet beter kon treffen met hen en dat wil ik graag beamen: ze zijn aardig, behulpzaam, het kan niet beter. Mijn porter had mijn tentje al opgezet, hij zou dat steeds blijven doen tijdens de volgende kampjes. Zo kon ik bij aankomst al gelijk uitrusten terwijl mijn tochtgenoten eerst nog een goede plaats moesten vinden voor hun tentjes en deze opzetten. Ik voelde me bevoordeeld! In kamp 1 werden ook de zakken uitgedeeld waarin we moeten poepen, de zakken worden in ieder kamp verzameld en worden door ons zelf naar beneden vervoerd. Na 10 minuten in kamp 1 was mijn eerste zak al gevuld, dat beloofde wat de komende dagen!
De hoofdpijn die heel normaal is op deze hoogte komt nu met golven op. Zo te horen hebben de meeste van ons nu hun problemen. Sommigen blijven in hun tentje en zie je die dag niet meer. Met wat lange tanden mijn soep en de rest van de maaltijd gegeten, we zaten buiten en keken daar over de meeste Andes toppen heen. Een fantastisch gezicht en dat maakt dat alle vermoeienissen en ontberingen al gauw zijn vergeten. Die nacht in kamp één was mijn eerste slechte nacht: als ik bijna in slaap viel raakte ik in ademnood en moest dan hevig naar adem happen, dat gebeurde keer op keer. Die nacht ook 8 keer geplast, één keer gepoept, waarbij de helft in de slaaptent terecht kwam. Met zakdoekjes de rotzooi opgeruimd.
en door naar kamp 2
Ondanks dat alles heb ik de volgende dag vrij gemakkelijk naar kamp 2 gelopen. Ook weer heel steil maar toch ging het goed. Ik liep een rustig tempo en had een heel groepje achter me aan die dat tempo prettig vond om te volgen. In kamp 2 is het uitzicht mogelijk nog mooier dan in kamp 2, maar het kan me nu even niet echt boeien, want ik voel me miserabel. Straks moeten we eten en bij het idee hiervan word ik al misselijk. Het water smaakt me niet echt meer en dat is een slecht teken. Ik begin ook veel last van heimwee te krijgen, zit al stiekem de dagen af te tellen. We krijgen te horen dat we een dag extra in kamp 2 blijven en dat komt heel goed uit. De hele groep is nu aan het krikkemikken en heeft last van veel van de verschijnselen die je op deze hoogte kunt krijgen. Mijn zuurstofwaarden zijn nog steeds goed (75), dat is op deze hoogte prima. Maar toch weer een slechte nacht, een paar keer de tent onder gespuugd, liet een halve plaszak om vallen, erg!!! De tweede helft van de nacht toch goed geslapen. Nadat bij het ontbijt weer alles eruit kwam ben ik aan de hartkeks gegaan. Dat zijn speciale koekjes (een soort biscuitjes) met hoog calorische waarden die ik speciaal voor dit soort toestanden heb meegenomen. Voorzichtig met wat thee een paar opgegeten en het kwam er niet meer uit!
Geoff (onze Ier) is afgedaald naar het basiskamp, hij was er te beroerd aan toe. Miguel stelde me voorzichtig voor of dat ook niet iets voor mij was en bijna was ik voor de verleiding bezweken. Maar mijn doel is toch om in ieder geval kamp 3 te bereiken, daar ben ik nu zo dicht bij, al moet ik kruipen! Die dag mijn tent provisorisch schoongemaakt met een fles water en een rol wc papier. Een uurtje gewandeld, het begin van het parcours van de volgende dag dat door vieze blubber, sneeuw en gruis ging. Soms denk ik wel eens: “er zijn toch wel leukere vakanties?” Aan het begin van die avond moesten we water halen. We liepen naar een dichtbevroren meer, sloegen daar gaten in en schepten water in jerrycans en drinkflessen. Dit was zo schoon dat het niet meer gekookt hoefde te worden. Al het andere water krijgen we door sneeuw te scheppen, dat te laten smelten en door te laten koken.
Het weer is nog steeds goed, alleen had ik tijdens mijn wandeling op de terugweg een harde wind tegen en heb ik alle kleding aangedaan die ik bij me had plus 3 mutsen op. In de tent aangekomen leek het in het begin heel warm, (de zon scheen er op) maar later koelde ik zo af dat ik met mijn donsjas en muts en handschoenen in mijn comfortabele donzen slaapzak lag. Zie weer erg op tegen het eten deze avond maar verder ben ik zo gezond als een visje. Ik heb al een paar dagen achter elkaar het hoogste zuurstofgehalte in mijn bloed en begin me toch na al die toestanden van gisteren beter te voelen.
kamp 3
Op naar kamp 3! Lars en Tina voelen zich beroerd, Lars zit op een zuurstofgehalte van 48 wat hem goed is aan te zien. De hoogte gaat nu opspelen, algehele zwakheid zo rond me. De helling naar kamp 1 was steil, die naar kamp 2 was steiler en die naar kamp 3 overtreft beiden. Stiekem zie ik al tegen de terugweg op! Ik zit nu in mijn tentje in kamp 3 op ruim 6000 meter en kijk weer op tegen een helling die mogelijk nog steiler is als de overigen en doorloopt tot de top. Vooral de traverse die helemaal verijst is zie ik nu duidelijk. Het was een zware dag vandaag en toch hebben we ook dit traject er weer in minder dan 4 uur afgebracht, en dat op deze hoogte! Ik vraag me wel af of dat niet teveel kracht heeft gekost. Morgenochtend vroeg vertrekken we voor onze toppoging, we zullen zien. Het eten dat mij net gebracht is kwam er weer net zo gemakkelijk uit, ik zie wel hoe ver ik kom, hoe ik me voel. Ik zou het fijn vinden als ik mijn hoogterecord kan breken. Ben erg benieuwd naar de resultaten van de groep. Ondertussen denk ik aan Harry en hoop dat hij zich nog wat kan vermaken in Mendoza, ik mis mijn maatje nu erg.
Al met al ben ik wel erg tevreden met wat ik nu bereikt heb, hoe ver ik ben gekomen. Straks ga ik zeker met een heel tevreden gevoel naar beneden. Ik heb genoten van de ruigheid van dit gebied en vooral ook van de uitzichten. Als ik straks terug vlieg en uitkijk over het Andesgebergte dan zal ik denken, “dat heb ik toch maar gedaan!”
Het weer is goed, veel zon, maar op de meest onverwachte momenten toch een snoeiharde wind. Het lijkt me moeilijk om je daar straks goed tegen te beschermen. Nu, om 7 uur ’s avonds wordt mijn tentje nog een beetje verwarmd door de zon, een uurtje eerder sneeuwde het wat. Ik kan me in ieder geval goed warm houden, zowel overdag als ’s nachts.
14 februari – terug in Plaza de Mulas (basiskamp)
Even na 7 uur gisteravond in kamp 3 ging ik nog even naar buiten om te plassen. Op misschien wel het vlakste stukje van de Aconcagua struikelde ik over een losse veter en een steen en voelde een lelijke knak in mijn middelvinger. Ik bleef een tijdje plat liggen en durfde nauwelijks naar mijn hand te kijken. Toen ik mijn handschoen durfde uit te doen zag ik mijn vinger. Die was al meteen heel dik en scheef en mijn knokkel was dubbel zo dik en zag er eigenaardig uit.
Miguel, gids en in het echte leven arts, schrok en zei me dat ik nu nog moest afdalen naar het basiskamp en me door de dokter daar moest laten behandelen. Ik begon te huilen, van pijn en van schrik, en zei dat ik dat niet wilde. Ik zou dan 2000 meter moeten afdalen over slecht terrein en steile hellingen. Het zou ook snel donker worden en ik zei dat dat mijn dood wel eens kon zijn. Hij kon er niet om lachen en zei dat ik dan de verantwoordelijkheid zelf maar moest nemen. Ik kreeg sterke pijnstillers om de nacht door te komen. De volgende ochtend vroeg moest ik in ieder geval naar beneden. Ik moest proberen de gewonde vinger te koelen en te steunen, in eerste instantie probeerde ik dat wel; maar toen mijn hand zo boven de slaapzak begon te bevriezen deed ik mijn donshandschoen aan en stopte hem in mijn slaapzak. Het vroor zo’n 20 graden, ik werd langzamerhand meer bang voor een bevroren hand dan een vinger die nu misschien even niet zo goed behandeld werd.
toppoging
De Mexicaantjes (Felipe en Adriana), de Serviërs (Slobodan en Danijele) en de Noren (Lars en Tina) vertrokken die nacht voor een toppoging. Na een paar uur kwamen Lars en Tina al terug, ze hadden het wel gezien. Ze voegden zich bij mij voor de afdaling, evenals Werner en Kevin. Met gids Fernando daalden we af. Het werd een lastige afdaling, ik moest toch met mijn gewonde hand op mijn stok steunen, dat deed behoorlijk veel pijn. Maar Werner en Kevin bleken nog veel meer moeite met afdalen te hebben en daar moesten we vaak op wachten. Dat ontlastte me wel wat, ik kon daardoor geregeld uitrusten.
dokter
Bij aankomst in het basiskamp moest ik gelijk door naar de arts. Die beoordeelde mijn vinger als een serieus probleem; ik zei hem maar gelijk dat ik niet met de helikopter naar beneden wilde. Hij begon te lachen en betastte mijn vinger op allerlei plaatsen, vroeg welke plekjes echt pijn deden. De arts begon toen een heel verhaal tegen me te houden en maakte allerlei grapjes. Hij vertelde dat de botjes van de kootjes van mijn middelvinger over elkaar heen geschoven waren. Tijdens al dat praten kreeg hij het voor elkaar de botjes terug te schuiven. Dat deed even behoorlijk pijn maar de vinger voelde al gauw daarna veel beter aan. Later werd mij gezegd dat hij één van de betere artsen was voor dit soort gevallen. Ik moest de dokter beloven om terug in Mendoza me door een arts daar te laten onderzoeken en foto’s te laten maken. Hij gaf een verwijsbrief mee.
Danijele
Terug in de eettent kregen we bericht uit kamp 3: Felipe en Adriana uit Mexico hebben de top gehaald! Na 12 uur waren ze weer terug in kamp 3. Slobodan en Danijele uit Servië moesten op de beruchte traverse opgeven. Danijele was volkomen uitgeput, werd gedeeltelijk in een plastic zak gestopt en door enkele gidsen van de gevaarlijke traverse afgetrokken. Danijele werd gehandicapt geboren, zonder handen en voeten, werd lange tijd verwaarloosd en pas rond haar 16e leerde zij lopen. Zij heeft een geweldige prestatie geleverd. Ze heeft een passie ontwikkeld voor bergen en onder leiding van Slobodan, die een Servische berggids is, heeft ze leren klimmen. Slobodan erkende dat de Aconcagua nu nog een maatje te groot voor haar is maar dat ze moet doorgaan met het trainingsprogramma en het over een paar jaar zeker nog een keer weer zal proberen. Ze moet nog veel meer kracht ontwikkelen en vooral ook leren haar armen te gebruiken. Ook moet ze leren met stokken te lopen om de lastige passages ook goed aan te kunnen. Ik heb in ieder geval een diepe bewondering voor Danijele gekregen, voor haar doorzettingsvermogen en voor haar wilskracht.
De volgende dag, al vroeg in de middag kwamen Felipe en Adriana terug. Ze vertelden dat de omstandigheden tijdens de topbeklimming ideaal waren, geen wind en veel zon. Die laatste paar honderd meters stijgen vonden ze bijzonder zwaar: drie stappen, uitrusten, dat soort werk. De afdaling, eerst door de Caneleta en later de traverse vonden ze eng. Na een overnachting in kamp daalden ze verder af naar basiskamp. Die nacht had het gesneeuwd zodat er een heel nieuw spoor gemaakt moest worden tijdens de afdaling. Dat viel niet mee, onder de sneeuw zaten veel verijsde en dus gladde stukken, waardoor ze alle concentratie nodig hadden.
Heel veel later die dag kwamen ook Slobodan en Danijele terug in het basiskamp. Het weer was in de loop van de dag sterk verslechterd, er viel veel sneeuw en de afdaling werd voor hen erg zwaar. Ze werden begeleid door twee gidsen, op een gegeven moment werd er door de gidsen assistentie gevraagd van nog een gids. Uiteindelijk bereikten zij ook zonder kleerscheuren het basiskamp.
feestavond
Die avond vierden wij de behouden terugkomst van iedereen in het basiskamp en de topbeklimming van de Mexicaantjes. Ook twee medewerkers van Inka die met onze groep meeliftten, hebben voor de eerste keer de top beklommen. Het werd een lange, uitbundige avond waarin de Malbec wijn (beroemd in de wijnstreek rond Mendoza) en champagne rijkelijk vloeide. Vele toespraken volgden en we werden allemaal sentimenteel.
De zestiende februari volgde de lange zware afdaling naar Penitentes. Tegen half acht ’s avonds kwamen we daar aan. Door een busje van de organisatie werden we naar Mendoza gebracht. We zouden eerst ’s avonds in Mendoza ons afscheidsmaal hebben, maar we besloten om onderweg wat te eten en de volgende dag pas ons afscheidsmaal te vieren. In een drukbezocht chauffeursrestaurant (op de weg van Argentinië naar Chili) aten wij - hoe kan het anders - overheerlijke biefstukken. Het was al een feestmaal op zich. Rond 12 uur in de nacht kwamen we in Mendoza aan. De temperatuur lag omstreeks dat tijdstip nog zo rond 30 graden, het voelde aan als een warm bad, heerlijk!
In het hotel lag een brief van Harry voor mij klaar. Hij vertelde daarin dat hij de mogelijkheid had gekregen de 14e al te vertrekken naar Nederland. Ik kon goed begrijpen dat hij die kans genomen had. De volgende dag heb ik mijn bagage geordend, wat zaken bij Inka geregeld en verder een heerlijk dagje Mendoza gedaan. Die avond dan ons traditionele afscheidsmaal (met natuurlijk weer de onovertrefbare biefstukken!) en de volgende dag vroeg het vertrek naar Nederland waar ik al een aantal dagen naar had uitgezien!
en weer thuis
Op Texel aangekomen langs de dokter, die stuurde me naar het ziekenhuis. Uit de röntgenfoto’s bleek dat er geen breukjes of scheurtjes in mijn vinger te zien waren. Er werd nogmaals gezegd dat de dokter in het basiskamp goed werk verricht had. Een hele opluchting. Nog een paar weken een soort spalk rond de vinger en dan moet hij maar genezen zijn.
Een betrekkelijk klein ongelukje dat goed is afgelopen. Je beseft wel dat op ruim 6000 meter hoogte zelfs een klein ongelukje weleens grote gevolgen kan hebben. Op dergelijke hoogtes ben je helemaal op jezelf aangewezen en valt er weinig hulp van anderen te verwachten. Onderweg naar en van de top hoor je wel berichten van passerende klimmers over ongelukken die minder goed afliepen. Daar probeer je niet zoveel aan te denken, je geest sluit zich daarvoor af. Het dramatische ongeluk met de gids die achtergelaten werd na een reddingspoging hadden we al voor we de berg opliepen uitgebreid besproken met onze gidsen. Eén Inka gids was een hele goede vriend van het slachtoffer. Hij was - en dat was hem aan te zien - erg aangeslagen door dit voorval. Van de gidsen hoorde ik dat zij er alles aan hadden gedaan hem van de berg af te krijgen, maar dat op een gegeven moment de levens van de redders gevaar liepen en zij hem achter moesten laten. Het filmpje van dit drama is te zien op internet en laat zien hoe verradelijk de omstandigheden op zo’n berg kunnen zijn.
Zij hebben mij in ieder geval overtuigd dat de desbetreffende gidsen er alles aan gedaan hebben om hun vriend te redden.
Door diezelfde gidsen ben ik gestimuleerd zo hoog te komen als ik kwam, jammer dat een toppoging er niet meer in zat, maar ik ben al heel tevreden zo!
Hello! Please e-mail me your contacts. I have a question webmaster@bravto.ru” rel=”nofollow”>……
Thank you!!!…